‘Ach ja,’ verklaart de voor het grote publiek nog anonieme Ceetezet, wij benoemden hem op eigen kracht reeds tot dichter- filosoof, ‘de een heeft plotseling de onbedwingbare lust tot het doen van een zestiggradenwasje, de ander houdt sierwormen of kweekt sanseveria’s, ik mag graag spelen met de taal, zoals de taal soms ook speelt met mij.’
Hij, Ceetezet dus, wil er nu wel eens mee naar buiten komen en zijn ‘dichtsels’ en ‘schrijfsels’, zoals hij ze zelf bescheidenlijk noemt, prijsgeven aan de wereld. ‘Deze week nog,’ illustreert hij dat spelen van de taal met hem, ‘schreef ik een mailtje aan een vriend, die in de buurt van Praag verpoosde aan de Moldau, samen met zijn geliefde. Hij had het naar zijn zin, en zeer terecht, ook gezien de bijgevoegde foto, maar toch verlangde hij tegelijkertijd naar zijn woonplaats om daar weer fijn muziek te kunnen gaan maken met zijn maten. “Wees waar je bent”.’ mailde ik hem onverwijld terug en zo had de taal weer met mij gespeeld. Want was dit niet een voorbeeld van het leven in het “hiernumaals”, zoals humanisten dat propageren? Het bewijst trouwens ook maar weer eens wat ik pas op latere leeftijd ontdekte, namelijk dat ik eigenlijk altijd al humanist ben geweest.’
Ceetezet laat dit besef nogmaals indalen bij zichzelf. ‘Mag ik het gesprek beëindigen,’  vraagt hij dan, alsof hij zich enigszins betrapt voelt. ‘Het gaat niet om mij als persoon, maar om de gedachte, in welke vorm ook gegoten.’
Wij respecteren zijn verzoek, temeer, daar hij zich naar onze bescheiden mening al voldoende heeft gepresenteerd aan zijn beoogd publiek. Wij laten hier verder buiten beschouwing dat hij, evenals de vertaler Willem Kampvuur, woonachtig is in het enige flatje van Blalo; zij het op de begane grond en met een eigen tuintje, waar hij bij voorkeur sperziebonen en watermeloenen teelt.