De kinderverhalen- en liedjeschrijver Wim van den Hoeck is een man die methet schrijden der jaren steeds meer het speelse (‘het ludieke’ mag hij zelf graag zeggen) in zichzelf ontdekte en herontdekte. De taal was en is daarbij voor hem niet alleen een machtig medium, maar tevens een intieme vriend of vriendin. Net zoals dat geldt voor de reeds meermaals genoemde dichter-filosoof Ceetezet, ergens een echte concurrent, en de vertaler Willem Kampvuur: beiden achterbuurman-flatbewoner te Blalo. 

Het kan zo maar gebeuren dat de aanblik van een paar goudvissen in een kom ín hem het begin van een gedicht in vrije regelval naar boven brengt.

Twee goudvissen
in een kom,
die zwommen recht,
die zwommen krom,
Bea en Trix,
die zwommen weg
en kwamen weerom.
(En zo voort, et cetera…)

Maar ook zelfbeschouwing en zelfspot zijn hem niet vreemd, getuige enige regels uit het gedicht ‘Blij’.

Ik ben Hypo de chonder,
het is waarlijk een wonder:
ik ben zo blij !,
zo blij !!! met mij !!!
 

Een eindeloos majeur-mineur liedje met het intro ‘zonder jou ben ik als’ bevat onder veel andere de coupletten: 

Een helper zonder nood,
het leven zonder dood,
blauw-wit zonder rood,
een dakpan zonder goot.

Roodkapje zonder wolf,
A. Hitler zonder dolf,
een vliegtuig zonder lucht,
je t’ aime zonder zucht.

Ach, opdat de lezer(es) zelve oordele!