De Geschiedenis van het Klootschieten

Om maar met de deur in huis te vallen: na een diepgravend voorlopig onderzoek mag overtuigend bewezen worden geacht dat het edele spel van het klootschieten werd uitgevonden op de grens van Overijssel en Drenthe en wel in 1227 in de buurt van Ane. In het jaar dus van de befaamde Slag aldaar. 

Het klootschieten is daarmee misschien wel de oudste sport van Nederland, in ieder geval ouder dan onderzoekingen tot dusverre hebben uitgewezen. Bovendien kunnen hiermee buitenlandse, met name Ierse en Schotse, pretenties met betrekking tot de founding, naar het rijk der fabelen of nog verder worden verwezen.
Maar eerst, hoe kan het anders, de primaire vraag: wat is klootschieten? Kort gezegd:
een balsport waarbij deelnemers proberen een bal, de kloot, onderhands zo ver mogelijk te werpen. Daarbij wordt een vooraf afgesproken traject 'gekloot'. Simpel, maar eenvoudig en toch niet moeilijk! Rond 1500 was de sport in heel Nederland populair. Tegenwoordig vooral in Oost-Nederland. In 2010 werd in de Overijsselse gemeente Dinkelland zelfs het wereldkampioenschap klootschieten gehouden.
Maar nu de link met de Slag bij Ane, in 1227. In dat jaar trok de 
bisschop van Utrecht, Otto van Lippe, op 28 juli met een groot ridderleger op tegen de troepen van de opstandige burggraaf van Coevorden, Rudolf II. Deze Rudolf werd gesteund door Drentse boeren.
De Drenten beseften dat zij met hun grotendeels ongeoefende legertje, en op bijna louter bruine bonen, een slag in het open veld tegen het zwaar uitgeruste bisschoppelijk leger nooit zouden kunnen winnen. Zij lokten daarom welbewust een gewapend treffen uit in een moerassig terrein op Overijssels grondgebied, de Mommeriete bij Ane. Het verhaal is altijd geweest, dat de paarden van het bisschoppelijke leger wegzakten in de zompige grond en dat de ridders met hun zware harnassen zich hier niet op eigen kracht uit konden redden. Daarna zouden de met pijlen, speren, messen en knotsen gewapende Drenten korte metten hebben gemaakt met de vijand. Vrijwel het gehele bisschoppelijke leger, vol beroemde edelen, werd hierbij genadeloos afgemaakt. De bisschop zelf sneuvelde eveneens en zou later – ook tot zijn eigen spijt - zelfs zijn gescalpeerd. Tot zover de Slag bij Ane, zoals beschreven in de zogenaamde
Narracio uit 1232.
Maar er was meer!
In de
Narracio wordt tevens vermeld dat aan de zijde van de Drenten ook vrouwen hebben meegevochten. Inderdaad, maar onbekend was, dat deze vrouwen zich maandenlang hadden geoefend in het werpen van veldkeien. Die hadden ze eerst mooi rond gebikt en geslepen, zodat ze goed konden rollen, liefst zo hard mogelijk: tegen de benen van de paarden. Maar, die benen waren meestal goed beschermd, dus dat lukte niet altijd. De vrouwen hadden het daarom vaak, al weer letterlijk en figuurlijk, gemikt op de hengsten; en wel op díe onderdelen waardoor hengsten hengsten zijn. (Het is nu dus ook duidelijk waar de naam klootschieten vandaan komt.) Als er raak was ‘geschoten’ vlogen de arme dieren natuurlijk meteen de lucht in. De ridders smakten dan op de grond en hadden daarna niets meer in te brengen.
Het oorlogsspel der vrouwen vond al snel na de Slag voortzetting in een vreedzame variant, maar werd nu vooral populair bij de mannen.
In de loop der eeuwen ontwikkelde het spel zich steeds verder, met nieuwe materialen en nieuwe spelregels, in clubvorm of in vrije beoefening. Maar de basis werd gelegd in het jaar 1227, tijdens de Slag bij Ane!


(Nadere resultaten van dit onderzoek zullen te zijner tijd bekend worden gemaakt via daartoe geëigende kanalen.)