Quand le soleil dit bonjour

Quand le soleil
Dit bonjour aux montagnes
Et que la nuit rencontre le jour
Je suis seul avec mes rêves
Sur la montagne
Une voix me rappelle toujours …

Een tekst van Lucille Starr, in het lied van haar doorbraak dat in februari 1965 in Nederland twee weken op 1 stond in de Top 40. Ik vond het geweldig, toen ik het als jongetje van een jaar of elf-twaalf op de radio hoorde. Iedere keer weer. Niets snapte ik van de tekst, maar ik begreep wel, ik voelde, dat het om ernstige zaken ging.
Ik bleef het een schitterend nummer vinden. Nog steeds, moet ik bekennen, is het een guilty pleasure; alleen al vanwege het slepende intro met de trompet als een prelude op het droge nasale stemgeluid en die ingehouden snik. De stemmig geklede zangeres met haar starende ogen en trillende wimpers is in mijn geheugen gegrift blijven staan. Haar houterigheid viel me toen niet op en vergeef ik haar nu zonder meer.  
Om de tekst had ik me eigenlijk nooit meer bekommerd, tot me in juni 2016 werd gevraagd om een muzikale favoriet in ‘Tijd voor Max’. Mijn keuzenummer zou worden gedraaid in dit radioprogramma op Omroep 5, waarin ik kwam vertellen over mijn boek De barones en de dominee. Een verboden liefde in de negentiende eeuw.
Vrucht van deze liefde was Hendrik of Henri van Dedem, een Nederlands jongetje dat in december 1862 in het diepste geheim werd geboren in Zuid-Frankrijk. Het kind werd daarna afgestaan aan het gezin van de nourrice, de min, in Solliès-Ville, een plaatsje in de bergen aan de Middellandse Zee. En zo groeide hij op, niet ver van zijn geboorteplaats Hyères.
Door het radioprogramma verbond ik plotseling als vanzelfsprekend het lied van Lucille met het verdriet van Henri. In mijn versie ging het echter niet om een verlóren liefde, maar om een verbóden liefde en om een moeder die haar kind in de steek had gelaten. En iedere keer als de zon weer opkwam, drong het verdriet van het verlaten jongetje zich, in mijn beleving, meedogenloos aan hem op. (Klik hier voor het lied.)

Quand le soleil
Dit bonjour aux montagnes
Je suis seul et
Je ne veux
Penser qu' à toi

In Solliès moest Henri zijn verdriet ook nog twee maal per dag beleven, want de naam van dit stadje wil in het Provencaals zoveel zeggen als ‘twee zonnen’, omdat de zon er twee keer per dag lijkt op te gaan; eerst aan de oostkant van de bergen en dan nog een keer in de middag, aan de westkant.
De kleine Henri van Dedèm moet vanaf zijn vroege jeugd hebben beseft dat hij anders was. Hij wàs ook anders, met zijn blonde haren en zijn blauwe ogen. Temidden van zijn zusje en drie broertjes en van de andere jongetjes en meisjes in Solliès, die vrijwel allemaal donker geweest zullen zijn. Henri wist vanaf zijn vroege jeugd, dat zijn moeder hem had verlaten en dat zijn vader gold als ‘inconnu’. Nadat hij tegen een ‘onkostenvergoeding’ van 5.500 francs voor opvoeding en onderwijs in het gezin was opgenomen, hadden zijn natuurlijke ouders zich nooit meer om hem bekommerd. Later zou hij zich daarover in meer dan één gedicht nog bitter uitspreken. Toen was hij overigens al weer weggerukt uit het plaatsje waar hij de eerste tien jaar van zijn leven had doorgebracht. In 1872 werd hij om (mij) onduidelijke redenen ondergebracht bij een voogd in Zwitserland, aan het Lac Léman ofwel het Meer van Genève. Wéér in de bergen. Wie weet, nu verlangend naar zijn pleegmoeder.
Voor het onderzoek naar Henri’s geschiedenis reisde ik in september 2015 af naar Solliès-Ville, nadat ik eerst in contact was gekomen met de plaatselijke historica Monique Broussais. Zij had al veel uitgezocht over Henri en zijn leven in Solliès en leidde me rond door het stadje, dat eigenlijk een dorp is. Om te beginnen langs het huis van de burgemeester, waarin zijn pleegmoeder, ook een pleegkind, zelf opgroeide. Toen langs de woning van zijn pleegouders, waarin Henri werd grootgebracht, tot zijn tiende jaar.
Halverwege de vorige eeuw werd het huis gekocht door Charles-Maurice Chenu (1886-1963), een schrijver die in zijn roman Grimpeloup de inwoners van het dorpje bespotte. De titel van zijn roman staat met spijkers geschreven op de groene voordeur van het huisje aan de tegenwoordige Place Charles de Gaulle, vroeger le Rue du vieux chateau. We kwamen langs de school waar Henri op moet hebben gezeten, langs de Église St. Michel en langs de publieke wasruimte waar ongetwijfeld ook zijn kleren werden gewassen. We bezochten het kerkhof met direct rechts na de ingang het familiegraf van de Bérards, zijn pleegouders. En al die tijd keken de bergen over mijn schouders mee. Een historische sensatie pur sang.
 
In de zomer van 2016 rijd ik op een snikhete dag opnieuw naar Solliès-Ville, nu met de auto vanuit ons vakantie-adres in Cruis, een kleine 150 kronkelende kilometers noordelijker. De zon is al lang opgegaan als we aankomen, en laat zich danig voelen. Weer trek ik, ditmaal in gezelschap van mijn vrouw, onze dochter en een puffende hond, langs de bedevaartsplaatsen. Na de tour drinken we een glaasje onder de platanen op een terras aan de Place Victor Hugo, het pleintje bij de ingang van het dorp. We zijn de enige gasten op dat moment. Aan de ober van Le Tournebride vertel ik over de reden van onze komst. Hij luistert beleefd, maar het lijkt hem eigenlijk nauwelijks te interesseren. Ja, hij heeft altijd veel Nederlandse gasten, onderbreekt hij me. En voor de volgende drie avonden zit hij al volgeboekt. ‘Dix euro, monsieur.’
Ach ja, het is ook al meer dan anderhalve eeuw geleden dat een Nederlands jongetje hier op wonderbaarlijke wijze terechtkwam. De letters op het familiegraf van zijn pleegouders zijn al bijna helemaal verweerd. Alleen voor wie het echt wil weten, zijn ze nog te ontcijferen.
’s Avonds, weer terug in Cruis, kijk ik op YouTube nog maar een keer naar het filmpje met Lucille Starr. Stiekem heb ik haar gedoopt tot ‘Zangeres Met Naam’. Ze lijkt ergens wel op haar Nederlandse collega ‘Zonder’.
Haar Quand le soleil blijft mijn guilty pleasure en een hommage tegelijk. Het is mijn ‘Tijd voor Henri’.

Wim Coster, De barones en de dominee. Een verboden liefde in de negentiende eeuw. Uitgeverij Balans. Amsterdam 2016. Prijs 19,95 euro.
Zie ook:
www.wimcoster.nl en www.uitgeverijbalans.nl.
Zie voor de theateruitvoering in de tweede helft van oktober:
www.stichtingsuus.nl.

Wim Coster